dinsdag 30 december 2014

Mute en de omgekeerde comfortzone

Zo vlak voor het einde van dit jaar waarin ik een grote draak recht in de ogen zag en versloeg, mag ik van mezelf dit monster ook nog even in het licht houden.
Al dagen zegt mijn lichaam dat ik dit op papier moet zetten en ik ontwijk, ik wil niet, ik weiger want ik wil geen stigma.
Want hell no, ik wil geen slachtoffer zijn.

Een van de vele dingetjes die voorbij kwamen in 2014 was; stap uit je comfortzone, want dan begint je leven pas echt. 
Zo'n heerlijk lokkertje; kom uit die cirkel, doe iets wat je anders nooit doet.
Ik snapte dat nooit, uit mijn comfortzone gaan was voor mij niet het probeem en ik zal vertellen waarom.

Met Serious Request was er aandacht voor seksueel misbruik en de wetenschap dat die cijfers zo schokkend zijn. De verhalen, dat het zoveel vrouwen zijn en mannen. In welk land dan ook.
Ook hier.
Ook met mij. Ik was 3. Misbruikt door een echtpaar, gewoon in het dorp; een paar straten verderop.
Ze hadden me meegenomen en dat was geen probleem, want ik was een heel nieuwsgierig, blij meisje.
En daar stopt het voor mij, wat er precies gebeurd is heb ik volledig geblokt. Hoe prachtig en vernuftig kan je lichaam reageren om te overleven.
Ik weet dat ik thuis kwam zonder step en ik mijn mama het wilde vertellen.
Maar die was razend en terecht. Ik was veel te lang weg gebleven.
Had ik de juiste woorden gehad? Ik denk het niet.
Op datzelfde moment slikte ik mijn woorden, mijn waarheid, mijn stem en een groot deel van mijn wil in.

En ik vertel dit omdat ik nu pas weet, hoe onderhuids verwoestend het is geweest. Dat ik een heel leven erover heb gedaan, om het te herkennen. Om de patronen te ontdekken die mijn lichaam laten zwijgen. Mijn gedachten in verschillende dimensies andere verhalen vertelden. Dat ik in moeilijke situaties op vechten, vluchten of bevriezen sta. 
Dat ik diep van binnen weet wat doodsangst is.

Dat jaren later dit vernuftige overlevingsmechanisme mij niet langer dient, sterker nog, mij tegen houdt in volledig mezelf te zijn.
Fuck die comfortzone, ik heb moeten zwoegen om het juist veilig te maken.
Het vechten, de verrassingsaanval, no sweat, alles om mezelf te beschermen.
Die doodsangst toelaten was pure hel.
Voortdurend uit mijn lichaam zijn, het heeft lang geduurd voordat ik wist, wat nou weer de trigger was.
Laat staan wat het betekent heeft voor mijn kinderen toen ik in een depressie gleed, mezelf verstopte voor de buitenwereld; ik met mijn lichaam er wel was, maar ook niet echt.
Keihard innerlijk werken heeft me er doorheen gesleurd en heb ik het gered.
Pas dit jaar kon ik mijn doodsangst onder ogen zien en is de nacht geen bedreiging meer, kan ik meer lichtheid in mijn bestaan ervaren en lach ik om die speelse luchtigheid die er zomaar en veel vaker is.

Ik vertel dit omdat ik terug wil naar dat 3 jarige meisje.
Wat zeg je in godsnaam tegen een misbruikt meisje?
Ik heb het lang zelf niet eens geweten. Ze was in shock, ik heb jaren in shock geleefd. Alleen bij eindeloze zachtheid kwam ik terug.
Ikzelf heb mij het zwijgen opgelegd, omdat ik dacht dat het mijn schuld was. Omdat ik dacht dat ik niet mee naar binnen moest gaan. Nu weet ik, dat ze mijn puurheid hebben gestolen.

Dus vraag ik van jou; kijk om je heen en luister met al je zintuigen als je een vermoeden van misbruik heb. Wees onverschrokken in je eigen schrik en handel, als je vermoedt dat een kind misbruikt wordt. Dwars tegen alle ongeloof, waarden, keurigheid en afgrijzen in. 


Want ik ben geen slachtoffer, ik ben Mos.
En ik wil dat je me gelooft.







maandag 21 juli 2014

Waken

Doe onbevreesd je ogen dicht,
sluimer op het ritme van staal,
dood woont ver weg,
ik waak,
druk de ouderloze kinderen aan mijn hart,
bid dat geen enkele ziel alleen hoeft te sterven,
in de wereld die een grote ommekeer maakt,
eis je geliefden op,
dichtbij.

vrijdag 18 juli 2014

Wereld

Laat mijn hand niet los als ik de jouwe zoek,
borg mij en de wereld waar mijn ziel ademt,
waar onmacht verstomd in de aanwezigheid van zuiverheid, 
de andere wereld vergetelt raakt,
afsterft in de ogen van waarheid.

donderdag 17 juli 2014

Ziel woorden

In de vrees van woorden die uit mijn mond tuimelen, ligt de bedachte tijd.
Elke dag, vaak een moment, drijft mijn ziel de woorden naar mijn mond, waar lucht ze de wereld in plaatst.
Soms weigert mijn stem.
Nog vaker weigeren mijn handen.
Schrijven de woorden in de lucht.
Laten het gevoel toch naar jou drijven.
Houd ik me terug in wat ik zwart op wit wil zien.
Tot nu.


woensdag 16 oktober 2013

Daar is hier en terug

Daar, in gedwongen onveiligheid stierf haar stem,
woorden tuimelen diep in een plek , waar nooit meer daglicht zou komen.
Angst slikt ze terug, 
voelt benen de hare omklemmen, vliegt weg uit haar lichaam waar het veilig is.
blinde paniek proeft op haar tong,
niet wetende hoe thuis te komen.
Haar huis, die van binnen nooit meer hetzelfde zal zijn.

Daar, in elke onveiligheid sterft haar stem,
raken de woorden geen grond, dwingt adem terugkeer.
Zingt ze van binnen de woorden terug,
roert de zielenpijn in draagkracht van vergeten.

Daar,in het borgen van veilig zijn, draagt haar stem niet de kracht,
duwt de innerlijke drang haar voort om te vluchten.
Snoert elke onveiligheid haar met gemak de mond,
tuimelend in de onrust van niet weten.

Daar, ik zie haar, dat kleintje,
maak voorzichtig de draden los van niet kunnen spreken,
duw zacht haar stem op de plek waar het hoort,
vergeef verkeerde beslissingen,
huil om haar angst,
om haar woede dat niemand haar komt redden,
vraag om te spreken
en weet dat ik het niet zag.

Langzaam richt ik mij op,
Proef mijn stem.
Draag haar voorzichtig.
Reset het spreken in onveiligheid.
Zing de angst terug om woorden te fluisteren.
Zet volume aan om waarheid te spreken.
Draai terug om het recht te zetten
Kijk.
Daar,
sta ik.









zaterdag 2 maart 2013

Lost and found

De deur naar de onheils plek zwaait open,
daar, de Engel Warrior in de onderwereld grot
draagt het besmeurde kind in zijn armen.

Haar hoofd ingekapseld in slijm,
taai, donker, bruin zwart,
met het duister cocon.

Hij staat daar en draagt haar teder,
beschermend,
nooit losgelaten op deze koude zielloze plek.

Machtig,
vleugels reiken de hemel,
in het vacuüm lucht dicht zonder licht.

Alleen via hem kan ik naar haar kijken,
draait mijn hoofd zich in afwending,
afgrijzen spuugt mijn gal.

Intens donkere onheilsplek,
daar, waar niemand wil waren,
draagt hij haar op handen.

In zijn blik onvoorwaardelijke liefde,
mededogen, kracht en weten,
standvastig in zijn.

Voorzichtig verlos ik dit kind van de kap,
huil van opluchting,
als puurheid nog in haar ogen ligt.

In de liefdes overheveling,
in de liefdes wissel blik,
herken ik hem.

En neem haar van hem over.







woensdag 9 mei 2012

Terug Zingen



Beide voeten stevig op het land, op de grond van haar verleden, 
kijkt ze ver uit over haar land,
dit land waarvan weinig de leylijnen werkelijk weten, 
waar verhaal wandelingen onmogelijk en vergeten lijken te zijn.

Daar op die plek weigert ze haar voeten te verbinden met de lijnen van de levens van haar zijn,
haar land waar ze ongewild is geboren, 
lijken de wortels verdwenen, 
in de buitenwereld, geen enkele stilte plek.

Weet waar je je voet zet,
herinner je de verhalende lijnen.

Haar voet voelt geen trots op dit land, 
noch weet ze haar stuk te vinden,
haar voorgangers zijn niet de hare,
niet in het weten, noch in het voeden.

Keer terug en je zal vinden.

Hier waar velen wonen, hier waar velen sterven, 
hier waar geen enkele stille plek te vinden is, 
is het hier, waar velen leven, 
in alle voorouders van de kinderen is het land verbonden,
vele malen heen en terug.

De hoorn in de spiegel verandert in het gewei, 
vertakkingen buiten het beeld die voelbaar zijn,
waaieren uit over de kader van de lijst, 
verder over de schaduw muur, 
in het groen van de wijsheid.

Daar in het midden van de spiegel, 
is het hart,
de bron van de vertakkingen,
het middelpunt van de start,
het licht in een kom naar boven, 
in de bedding van het zwart.

Wat is haar visie,
vraagt ze zich vertwijfeld af,
wat is haar pad.

Want eens had ze de stok in haar handen,
zong ze haar weg terug naar de wereld,
was de dageraad zacht in haar lied,
was de dood haar vriend.

Nooit meer terug naar nooit meer vergeten,
rammelt ze aan de deur van weten,
zet ze haar voet neer op het pad. 

zondag 29 april 2012

Schaduw leven

In het omheen bewegen van haar lichaam lagen haar schuilplaatsen. Veraf van haar lijf, als de toeschouwer, die alle plekken in het niemandsland lief had. Afgescheidenheid was de rode draad die het kleine meisje had gepakt, toen ze ruw uit haar onschuld wakker werd. Op de golven van schuld werden verre reizen gemaakt, mooie, wrede, nietsontziende.

In de omgekeerde energie, in het daglicht van de hel, lagen de vacuüm dagen. Happend naar lucht, aanschouwde ze haar voeten. Licht was binnenste buiten gekeerd, ze droeg het als boetekleed.
Als vanzelf trok ze alle leed naar binnen en droeg het zwaar op haar schouders.

Het kleine meisje hield zich verscholen, toen de jonge vrouw, vrouw werd.
Zag het daglicht op de trigger momenten van de pijn, van de angst, van de doodsangst en bedreiging. In de cadans van in en uit kon ze blijven leven. Gesponnen energie kooi was haar veiligheid.

Dood raakte ze zijdelings, speelde op de trekhaak, weerde haar af in het langs scheren. Het leven zelf was haar lot, waarin ze op golven werd meegedreven. 

maandag 26 september 2011

Daar

Daar voor mijn moeders huis hield ze haar adem in.
Sloeg door de harde scherpe woorden de waarheid naar binnen. 
Diep weggestoken waar ze het nooit meer konden vinden.
Achter de ogen van haar mama ligt angst, onvermogen en een harde gekozen weg.
Als ze die realiteit binnen gaat weet ze dat ze niet langer beschermd is.
Verlangend staat ze zichzelf toe om even met haar papa te praten; die kan niets doen, hij is dood. 
Haar eer wordt niet verdedigd.
Op dat moment trekt ze al haar energie naar binnen en is de weg afgesloten die haar verbindt met alles om haar heen.
Schuld komt naar boven drijven die haar doodsangst aanwakkert en haar daar verloren doet staan.
De huid van schuld zal ze vanaf dat moment met zich meedragen.
Heel soms laat ze de smeekbede in haar ogen zien, in de hoop dat iemand die kan vangen en haar er achter ziet.
Levend in die afgezworen waarheid is de wereld een vreemde geworden.
Heel af en toe als ze alleen onder het zachte groen van de bomen dwaalt kan ze flarden vangen van hoe het eens was.
Wetend dat ze zal moeten terug keren in haar moeders huis.

vrijdag 27 mei 2011

Cirkel heel dromen.

De handkus dringt zich op in mijn geest, 
de verrukking van aanbeden worden dwarrelt vrolijk mijn hoofd in, 
huppelt en druppelt mijn hart in.
Dat lied; ik tuimel zo het verleden in, geen sliert van regret te bekennen, 
dein mee op de energie van toen, zomaar blij door de overgave.

The good red road loopt door in mijn lijn en blauwdruk. Afdrukken beklijven, dromen en denken laat ik los. In het NU dartel ik op mijn pad.

Dromen veilig dromen, daar waar de verhalen hun eigen leven leiden en creatie onlosmakelijk verbonden waren met hart-verbinding, leefde ik.
Terug dromen, vooruit dromen, dubbel repeat dromen, tweede huid dans, 
verdwijning thuisland induiken, door de nacht, vol overgave in de dag.
De verschuiling bleef daar in het duister hangen, af een toe een straaltje licht, 
waar de rode aarde sijpelde bleef ik hangen op mijn pad.

In de leegte van het onhoorbare ben ik stil, daar waar er geen echo's zijn luister ik,
pulseert het alleen zijn in verveling, kijk; naksig.
Onrust schuurt aan de oppervlakte, piekjes plagen net boven de relax zone uit, 
veegt de stilte van tafel in samen zijn, ik wil weg van hier. 
Als ik terug draai in haar aangezicht lacht ze me liefdevol uit, 
onrust drukker verstiert in mij mijn zijn, de volte smekend.
Smeken luistert niet, dwingt stilte af, die vooruit snelt; 
tuimelt in haar buitengewoon ledig zijn, de plek om stil te staan, glimlacht ziel.

Kiezen op elkaar, al dagen, ik vrees voor herhaling van de donder en klap, 
mijn lijf heeft weer een eigen leven, vrees onheil, zoals het was.
Melancholie draagt haar stem, zwijgend kijkt ze terug, langzaam,
genadeloos in de lagen duikend, tuimelend in de pijn, zet ze zich schrap.
Duwt zich af, rent vooruit om terug in de tijd het om te keren, strak ingebonden, 
niets verliezen, dit kent, het afwendt.
Haar lichaam droomt onwetendheid, haar geest weet van de los gelaten last, 
woedend reflecteert de gedachte dat ze opnieuw moet instappen.
Stilzwijgend smeekt ze haar lichaam om de tijd voor te herinneren. 
Waarheid leeft nog. 
Sla haar niet dood. 
Wieg haar terug.
Scherven, zoals het was is niet meer. Opnieuw kijk ik naar nog mooiere mogelijkheden. Afscheid ligt in de vreugde van creatie besloten.

Stralend in het middelpunt van opgeheven gezichten, bloedlijnen waaieren ver uit, 
worden gezegend vanuit de voorouders, thema's overstijgen.
Afscheid van het oude valt in het gat, vanwaar het oud en dood is, 
in de leegte wacht ik op het nieuwe, draag haar in alle zachtheid.
Sleur niet langer volte in mijn gezicht, ik lach haar weg, 
als je je plek in genomen hebt, valt er niets te vrezen.

zondag 8 mei 2011

Verlangen stil geboren

De zachtheid in haar voert de boventoon, dat wat is,  ligt achter haar, 
dromerigheid zonder verzinken leeft de droom, kabbelend vaart ze voorts.
In de kleinheid van haar bestaan vind ze het zaad van de groei,
niet langer dwingend zingt ze het heel, verwonderd als het leven zelf.

Met de loved-ones stevig onder haar hart , bewaart ze de dromen die nog niet geloofd worden, vanuit vertrouwen in stilte en volop in de hoop.
Met de wind van verlangen in haar haren staat ze rotsvast, daar op haar plek die ze vergeten was, straalt haar innerlijk naar buiten, vol.

Verlangen dringt zich op, kwetsbaarheid vermoed diepe gronden, neem haar op in haar plan voor het leven, geen beperkingen in de geest.
Grootmoeder Maan is mijn gezelschap, klein briesje zweeft langs, stilte ver op afstand, 
de lucht vol van belofte, zweeft op memories now.

Woorden ingedrukt blijven steken in mijn keel, ze blijven zitten,
ook als ik ze zachtjes uitnodig, kijk ik terug en kan ze niet vinden, daar.
Tuimelen naar beneden en ploffen in mijn buik, weemoed woont er,
zachtjes in tijden van alleen zijn, lach ik ze toe, proef de woorden.

Nooit veranderd is het voelen, woorden raken niet, klanken niet,
sliert onbestemd voorbij, niet te vangen, versluieren mijn denken.
Daar in de kom van het voelen, draagt mijn bekken het vrouw zijn, ademt vrij, 
wild en ongeremd. Zegeviert stil en wacht in ongeduld.

Verlangen is geboren, soms ben ik bang voor haar,
ze trekt me in grote thema's die ik voorbij wil laten gaan,
niet die, 
niet voor mij; mis.
Staar haar aan, dwars door de angst, weet, buig mijn hoofd; ik ben.

vrijdag 22 april 2011

Ritme danst heen en terug

Ik zwijg over mijn plan.
Zachtheid draagt in mij zonder woorden, koester ik een nieuw begin, 
haar ogen hoeven niet langer weg te kijken, ik behoed haar voor meer.
Ze staat daar op de grens, wetend dat de verandering gezien zal worden, 
de edge walk wil ze nog niet los laten en draalt plagerig, ondeugend.
Het is haar ongeremd zijn, de drang om te vallen en te zweven, dit keer zal ze grond voelen, 
nooit meer doorschieten, afdwalen & verdwijnen.

In het vacuüm bewegen terwijl de lucht stil is, zij veranderd niet, 
beangstigde gedachte staart terug; ga, ga daar waar het onbekend is.
De ankers verdwenen, nieuwe beloftes zweven maar nog niet tastbaar,
terugweg onmogelijk, hart niet langer afgeschermd, zonder handen papa.
Energieke wervelwind is terug in mijn leven, ook al leeft hij voort als mijn zoon, 
zijn ziel leeft samen met mij, nu ben ik de onderwijzer.
De blonde god was daar en viel van zijn troon, leeft voort in mij en transformeert, 
eindelijk daar stap ik met hem in mijn hart in de wereld.

Droom flard nog om me heen, 
donkere man als in ondergronds woelt nog onrustbarende thema's in mij. 
Oude bekende, krachtig vanuit de diepte.
Verraad is een thema die je kan uithollen, je woedend kan maken en diep kan kwetsen. 
Verbluft staar ik in afgrijzen, wat had ik het mis.

De belofte rekt zich uit en staart me vol in het gezicht, 
dit keer vanuit kracht, vanuit mogelijkheden.
In de onrust viel ik altijd, niet langer is ze daar, zacht draai ik terug, 
voelt alleen nog maar, soms is dat genoeg.
De dag gleed voorbij, intuïtie gevolgd, lijn hersteld, draden los gesneden. 
In de spiegel geen reflectie, vooruit en achteruit.

Mind slaat niets op, in die motor hapert het, spot het korte termijn met de lange, alleen gevoelsbeelden beklijven, ondermijnt mijn streven.
Mind weigert zich te laten opjagen, wie ben ik in dit verhaal? 
Ze leeft een eigen ritme, waarin een andere wereld wordt ontdekt, in stilte.
Ik heb haar nodig, smeek mijn mind om mee te doen, om opnieuw mijn stem te laten horen, 
krachtig terugdraaiend doet ze de belofte, ik zwijg.
In de onderstroom wacht ik, stil verwonderd, afwezig. 
Belofte straalt, dit is de weg, buig mee en snijd door, laat los de draden van niks.

maandag 4 april 2011

Je neus achterna

Verdwijnen in het boek wil ik, het grijpt mij meteen aan en ik wil niets liever dan meegesleurd worden in de magie van vrouwenpower en passie. De dagelijkse dingen trekken, ik moet weer ergens een kind van mij op halen.
Geïrriteerd trekt het ik de deur dicht.
Dan zie ik het appelboompje.
Hij staat daar gewoon, net gepland, kwetsbaar maar toch zegevierend.
In de beslotenheid van de auto en in de trance die ik vaak ervaar en koester als ik alleen wil zijn, besef ik me dat ik vandaag niet alleen mijn intuïtie heb gevolgd, maar dat er veel op zijn plek is gevallen.

Een zomaar uit het niets komende drang, een impuls die ik toch maar achterna ging. Vanmiddag bedacht ik me dat ik meer kuipstoelen wilde, ze zijn zo mooi, ijsblauw.
Volkomen irreëel wilde ik iets najagen en scheur met mijn auto, al wist ik dat ik ze niet zou kunnen scoren op het moment dat ik weg rijdt.
Vlakbij de store waar ik moet zijn, zie ik voorbij het kanaal de opnieuw vorderende sloop van de Suikerfabriek en ik weet in dat moment dat dit het was wat ik moest zien. Mijn dode vader werkte hier, pionier in het werken met toen nog huge computers. Het is machtig om te aanschouwen, de sloop van een oude fabriek. De wolken trekken deels open, het water kabbelt voorbij.
Zo lang heb ik de geur van de suikerbieten gemist in oktober, mijn papageur, het enige wat tastbaar was.
Terugrijdend besef ik me dat ik trots mag zijn op zijn erfgoed, ik was het vergeten, hij was echt een vernieuwer. De fabriek gaat neer; symbolisch is er ruimte ontstaan, ook voor mij.
Verbluft besef ik dat ik het verdriet om mijn papa niet langer meer vasthield.

Ergens in de middag doe ik boodschappen en koop ik een appelboompje, gewoon omdat ik dat wil, grinnik in mezelf.
Thuiskomend plant direct mijn oudste dochter het boompje in de voortuin, ze weet precies waar, ook nu pikt ze mijn gedachten op, samen maken we het gat dicht.

Even los van alles, terug in dat moment in de auto slaat het besef me vol in het gezicht.
Vanuit haar zelf plantte mijn dochter dit boompje. Voor haar heb ik een appelboompje gekocht en dat boven op de placenta gepland die haar voedde in mijn buik.
Nog dieper in mij valt er iets.
Net zoals de placenta die mij heeft gevoed, werd begraven door mijn papa alleen in het stadspark.
Onder een boom.

Diep ontroerd door deze samenhang die zomaar vandaag in mijn schoot viel, voel ik mij bevrijd, voel ik me vernieuwd en voel ik me vooral heel trots een dochter van mijn vader.

The mos road

On hold; de dagen glijden kleurloos voorbij, kriebeltjes aan de oppervlak aaien zacht,
maar beroeren niet, ik kijk het voorbij, stil nu. Draai niet weg.
Mijn lijf doet al heel lang haar eigen ding en ik draai te langzaam terug, 
als in herinnering zo bekend, waar blijft ze, ik ken haar niet.
Ik zweef door de heling heen, vol overgave in onmachtig zijn,
de levens aan mij verbonden als een slinger om me heen, daar waar mijn hart rust.

Wonderlijk zijn de wegen als je de pijn aanvaard, als de tijd daar is om de cirkel te doorbreken die mij en de mijne verstikken:
genoeg.
In de luwte en in de rust van de neergezette grens constateer ik liefdevol dat mijn dochter weer volop creëert, waar is dat kleintje van mij?
De vrijheid lonkt, ook al is de cirkel voor haar heilig geworden, 
het raamwerk geboren gekozen ter transformatie,
in die kracht wacht ze.

De gele zon is verbonden en lacht opnieuw in haar, raakt alle vergeten plekken aan,
daar waar alleen gedroomd werd, straalt opnieuw pracht.
Blote-voeten-gevoel wil ik, tastend grond voelen in totale vrijheid,
stilte proeven op de tong van de belofte, de zon lacht, ze straalt in mij door.
Daar in de ochtend glorie als al mijn geliefden nog sluimeren in hun dromen, waak ik, 
sta ik, krachtig kwetsbaar in het leven, vol levend.

Mijn innerlijke hart reikt uit, zacht voel ik wind, mijn voeten de aarde, wetend in de cirkel, liefde herstellend, verbonden met jou in mij.
Het is juist niet het doen maar het laten wat heling schenkt; de stilte is mijn zuster,
ik omhels haar liefdevol, daar vind ik woorden terug.
In de droom zie ik haar, ze dwingt met haar ogen de weg naar binnen, ze weet, 
zacht maar resoluut houdt ze mijn blik vast.
Ruisend hoor ik de slinger van emoties om haar nek, ze sliert ze weg van mij. 
Ik tuimel in haar blik en adem vrij, deze weg verlangend dromend.
Vol liefde gaan haar handen omhoog; daar ligt het; 
mijn hart, volledig onafgeschermd in volle glorie, ze zingt de pijn eruit en versluierd niets.
De zon in mijn hart verlicht de donkerte, ik ken haar en zij mij, warmte sliert het verdriet los, ik laat haar gaan, omhels de versmelting.

Opeens is daar dat harde randje, knalt in de pijn, ik heb genoeg van dienstbaar zijn, 
mijn hart is uitgehold, als in goud ontrukt, losstekend.
Avontuur wens ik en mijn vrouwenhart brandt vol ongeduld, wil zich los rukken van de gewone sleurtaken, de mijnen verstikken haar lust.
Verlangend is de zoektocht naar opnieuw stilte, die weer werkelijk hoorbaar is, te lang geleden, ik wil los, vrij en ongebonden zwerven.
En the road wijst de buizerd me de weg en trekt me over de diepe groef van pijn heen, de sliert wordt dunner, de kleuren helder en indringend.
Rijdend door het nietsontziende landschap van mijn voorouders, besef ik me dat ik haar heb vervloekt, toch begint hier mijn nieuwe begin.
Stil besef ik me dat ik in de cirkel van wijsheid ga staan, puttend uit de pijn, 
transformerend, niet langer verzuipend en lijnen herstellen.

Voorzichtig voel ik en tast mijn gevoelsbeeld af, ze wil niet gezien worden, ik buig diep voor haar, de ondeugende wens van mysterie, lacht.
Haar mythen zijn mijn homeland, versluiering was mijn deel, 
de zachtheid meesleurend, nu niet langer meer heel, ik draag haar en zij mij.

maandag 28 februari 2011

Daar waar geen adem is

Ik zag het in de reflectie op hun gezichtjes, zag wat hij gezaaid had, mijn hart brak, mijn schreeuw sprak pijn en zag het daglicht.
De pijn draagt door in hen, dit niet, dit nooit.
Zo heftig gevangen in die kleine ruimte, liet ik alles van binnen zien, leek het vacuüm gezogen, daar, los van de tijd, toonde ik alles.
Tranen van mij en hen, onmachtig door deze aanval, laat ik zien, dat ik alles mag zeggen.
Volkomen verstoten van de bescherming van de kwetsbare vrouwelijkheid, zet ik voorzichtig mijn voet neer, in deze cirkel blijft ze heel.
De realiteit is altijd naakt, ook als ze verbogen wordt, ik kan haar alleen zoeken als ik dicht bij mijn hart blijf. Mijn waarheid leven.
Meestal kijk ik niet terug in de tijd, soms voel ik terug in gevoelsbeelden; net ving ik er eentje; die onbestemde onrustbobbel, die schuurt.
Als ik daar heen ga, daar in het midden van de hartenpijn vang ik de flard van eenzaamheid, weet ik dat ze universeel is, maar onbesproken.
Hell; ik mis hartstochtelijk een blik van weten, van gedeelde pijn, van thuiskomen, in gevoelsbeelden herken ik haar, long gone en dichtbij.
Achter de bagger daar diep verborgen ligt de schat van liefde, met mijn voeten er diep in weet ik dat ik haar heb, ik ken haar en zij mij.
Nu roert er iets in mij, zo diep en verborgen, zo kwetsbaar, dat ik af en toe naar adem hap, op het randje van het vertrouwde doodzwijgen.
Ze heeft geen woorden en wacht op de onthulling van het verborgene, de duisternis is bekend, geduldig wachtend op het licht, het is tijd.
Innerlijk hard werken en dan gewoon weer naar de super, terwijl er zoveel veranderd; die werkelijkheid is niet hetzelfde, lichter, anders.
Meebewegen en terugveren, resetten, voelen en accepteren; donkere delen omhelzen en Zijn, dit ben ik, ik leef, ik houd mijn hart open.

donderdag 17 februari 2011

Gewoon dinsdag


Onbeschermd voel ik me niet langer, al was ik niet op mijn hoede op dat moment; ik zag het grote onvermogen in zijn ogen, vol in de waanzin.
We stonden verstijfd, als in een film die langzaam afdraait, ik was zijn verborgen dominantie vergeten, zijn energetische oplawaai-ers.
Ongeloof en woede raasde door mij heen toen ik kil verzocht of hij wilde vertrekken.
In de kalmte van mijn stem zat de realisatie, deze intense haat mag nooit meer een voet in mijn huis.
Stil in verdriet stonden we daar en zo zeker dat ik wist dat het genoeg was, zo zeker was dit gebeurd.
Met pijn in mijn hart aanschouwde ik de scheur in de muur;  net vol liefde goud gemaakt, met kracht en opzet in schoonheid verstoort.
Vergeten was ik het, vol vertrouwen in het vertrouwen hebben.
Het duurde voor ik de vernederende energie uit mijn huis had en uit mijn lijf.
Even liep ik als vanouds; niet waardig, tot ik diep in mij voelde dat er iets veranderd was; ik ben eindelijk de dochter van mijn vader.
Woede sliert weg, onmacht draalt niet langer, onrust niet langer dominant, de afstamming is neergezet, niet langer drifting, ik ben.
De wind trekt aan mijn haren, binnenin veranderd de opstelling, lachend weet ik dat ik weer mag spelen, hij heeft me gezien en ik ben hier.
Dus zo knip je de draden door, onverschillig voor de haat, groter dan ik en hij zal zijn, terugverend in waardigheid, zet ik strak de grens.

zondag 30 januari 2011

Mam

Mam

Daar gaat ze; mijn mama, ze ziet er nog steeds stijlvol en eigentijds uit, haar lach bereikt mijn ogen en oma wordt warm uitgezwaaid. Ik ben trots op haar en zij op mij, dat weet ik zeker. Nu ik 44 ben heb ik een diep en warm contact met haar op gelijkwaardige basis, dat is niet altijd zo geweest.
Ze was 26 toen mijn papa dood ging, een meisje nog, met 3 kleine kindertjes. Natuurlijk kon ze dat niet aan, we praten over een tijd dat het not done was om je kinderen mee te nemen naar een begrafenis, mijn vader heeft ze heel kort mogen zien, hij verongelukte met een scooter. Op dat moment was ze 'weg' van de wereld. De dood en alles wat daar bij hoorde gleed als een warme verstikkende deken over ons gezin, ik was woedend als kleintje van 2, op dat moment was ik ze beide kwijt. Ik wilde hartstochtelijk leven en mijn levenslust moest ik wel inslikken.
De roze wolk van ons gezin was dat we deden alsof het niet echt gebeurd was, er werd over mijn vader gepraat, maar er werd niet om hem gerouwd. De pijn, woede en onmacht voelde ik als een ondertoon in mijn moeder, ze heeft pas om hem gerouwd rond haar 50e, dat was een opluchting; eindelijk was mijn papa er weer. Niet alleen in haar hart en in haar herinneringen, maar ook kon ze weer kijken naar zijn reflectie in mij. Dat heeft ze toen ook gezegd; ik kon zo weinig met je; je lijkt zo op je vader; puur en onbevreesd, een vrijheidsvechtertje.
Toch was er ook een andere kant aan haar in mijn jeugd, ik had een mama die mee rolschaatste, die altijd in was voor leuke projecten; hutten bouwen, dingen frutselen& knutselen, hele colonnes buurkinderen mee-eten, logeerpartijtjes; het kon allemaal. Mijn vriendjes en vriendinnetjes waren graag bij ons. Er was een ongedwongen sfeer thuis. Ook later bleef mijn mama op als we laat thuis kwamen van het uitgaan, dan wilde ze de verhalen horen.
Ze bleef het meisje in de vrouw, dat was voor mij niet altijd makkelijk, vaak vlinderde ze door het leven en voelde ik me onbeschermd. Het ging mis toen ik zwanger raakte op mijn 20e van mijn 1e vriendje. Onder druk van de omgeving en de kerk werd ik gedwongen om te trouwen en liet ze me vallen als een baksteen. Ik huilde mezelf elke avond in slaap en zij liet me dan weten dat ze dat niet wilde horen. Rond die tijd had ze een verhouding met een getrouwde man en haar dochter vond de liefde en zij ontzegde zichzelf dat. Later heeft ze me vergeving daarvoor gevraagd, in die tijd was ik eenzaam en verbijsterd. Het bleek een mola zwangerschap, na de hele afwikkeling ben ik naar Israël gevlucht. Vertrokken als een bang lief schaapje en na een jaar onverschrokken met een grote mond terug gekomen. 
Pas toen ik mijn eerste kind kreeg, konden we weer nader tot elkaar komen en werd de pijn tussen ons uitgesproken en vergeven.
Ze is een fantastische oma voor mijn kindertjes, ze verbindt zich vol overgave in het moment en de band is sterk en diep. Dat ze niet meer wil moederen doet mij wel eens pijn, maar ik lach nu om haar vlinder-kwaliteiten.
Na mijn scheiding was het moeilijk voor haar en voor mij om te zien, dat mijn gezin een kopie van haar in die moeilijke tijd was. Ze bleef op afstand, de pijn kwam bij haar te sterk terug. Ik heb haar wel eens vervloekt in die zo pijnlijke begintijd. Ik had mijn moeder nodig, mijn hart was rauw en ik voelde me zo verraden, maar troost en opvang was er niet vaak van haar kant, ze kon het niet.
Na mijn 4e kind heb ik de cirkel doorbroken, ook al ben ik nog steeds een single moeder, ik leef niet langer het  ongewilde leven dat mijn moeder wel heeft geleefd. 
Het mooiste aan mijn mama is dat ze me blijft verassen, ze groeit mee.
Laatst had ik zo'n mooi moment.
Ik sprak haar over de telefoon en we hadden het over vrouw zijn en sprankelen.
Ze zei tegen me; Mos; kijk niet teveel naar je voeten, dan valt je kroon af, kijk voor je uit; de wereld in.
He? dacht ik, toen ik opgehangen had; wow, is dat mijn mama?.
En ik voel een liefdevolle lach naar boven komen.

dinsdag 14 december 2010

Megastores saai? Not.

Wat is het toch met die grote bouwwinkels die mijn verbeelding prikkelen. Neem de Gamma, de Praxis, de Karwei, of zelfs de Hornbach. Zodra ik daar door de mega gangen loop, mijmer ik over een nieuwe vriend of minnaar natuurlijk. Sexy gevoel krijg ik, lekker slenteren, aan elkaar zitten, stiekem kussend tussen de planten. Is het de nectar, de geur, de vele mogelijkheden van keuzes? Het toppunt van stellerigheid? Daar zit een waarheid in helaas. Geen enkele man vind dit sexy; samen spullen kopen; dat komt gevaarlijk dicht bij nesteldrang. Huiverig voor nestjes bouwen, ook al betekent het home-improvement; dat toch liever alleen. 

Toch blijf ik het sexy vinden. Ik zie mezelf al dralen tussen de schappen met mijn nieuwe aanwinst; het eventuele nieuwe vriendje slash minnaar. Niet echt werkelijk iets zien natuurlijk, een lekker sluimerend onderbuik gevoel verhinderd de realiteit. Stel dat hij een verschrikkelijke smaak heeft; die wreed indruist tegen mijn gevoel voor schoonheid en mijn verfijnde coole smaak. Wreed om zo met de voeten op de grond gesmeten te worden. Ik heb nu de leeftijd dat ik niet langer om zulke essentiële zaken heen kan. Damn. 

Ik word blij van de mogelijkheden als ik daar rondloop; in gedachten verzin ik nieuwe klussen, voel ik aan materialen, blijf stil staan bij mooie planten en heb mijn huis en tuin alweer honderd keer veranderd. Hoe grillig kan ik zijn als vrouw. Ik weet zeker dat ik maar een klein glimpje daarvan laat zien aan mijn nieuwe vriendje; het moet WEL spannend blijven. 

Alhoewel; geen plek voor een eerste date; echt niet. Dan krijg zelfs ik het benauwd, dit is voor de zogenaamde latere fase in een relatie. Als je dat al haalt natuurlijk; yeah-ie. Al kun je er donder op zeggen dat je dan al in de discussie fase zit. Damn. 
Flirtend met een verkoper probeer ik hem zover te krijgen om echt informatie te geven over een douchekop met slang. Er komt gelijk een collega bij, gezellig. 
Laat de nieuwe aanwinst ( vriendje-accessoire ) maar zitten; dit is leuker. Lekker zelf te doen; het mijmeren, het kopen en het klusje. 
Vandaag was alles weer mogelijk in dat moment daar in de megastore; groot, kleurrijk, eindeloos veel keuzes, duizeligmakend vol met opties. 
Ik rijd weg met keiharde muziek on the radio; meezingend; Let's get naked! 

31 aug

zaterdag 11 december 2010

On hold

Woorden glijden voorbij, gebeurtenissen zie ik in gevoelsbeeld langzaam voor mijn oog zweven.
Twee nieuwe levens zijn er geboren , wondertjes die in meer of mindere mate vele harten openen.
Pijn zie ik in mijn ogen als ik in de spiegel kijk, ik huil.


Ik mis mijn zusters, mijn ziele zusters. 
Het is pijnlijk om te beseffen dat sommige relaties veranderen, van je verwijderen en je ontgroeien.
Afscheid nemen van zoals het was, tuimelt in een leegte die de voorbode is van nieuwe gebeurtenissen, relaties en beloftes.
Het is de leegte die ik nu wel zou moeten kennen om haar gretig te kunnen omarmen.
Leegte met pijn en eenzaamheid wachtend om de nieuwe beloftes in te vullen .
Soms wacht ik stil, andere keren ongeduldig.


Mijn gewondheid sleep ik mee.
Ik vecht tegen de wetenschap dat het onnatuurlijk voor mij is om zo weinig voedend te kunnen relateren. Ik wil weer stralen, vrij zijn, inspireren, uitdagen en geprikkeld worden.
Mijn vleugels zijn zwaar en zelf denkbaar gekortwiekt.
Mijn lam geslagenheid wil ik afwerpen en kan alleen voelbaar worden waargenomen door het aan gaan van mijn pijn.


Wie ben ik in dit grote geheel.
Waar liggen mijn uitdagingen in de saaiheid van de zo normaal gekleurde dagelijkse dag.
Die eenzaamheid is killing soms, hoe graag ik ook met humor zou willen smijten, het maakt me woedend omdat er geen klankbord is in het moment.
Door weer te mogen verlangen naar gelijkwaardige gesprekspartners, zielvoedende vriendschappen, kwaliteiten in de wereld zetten, komt tegelijk de pijn van de afwezigheid daarvan.


Dus ik verlang weer, voorzichtig, nog niet voluit.
Mijn tranen spoelen de pijn weg en langzaam vind ik mijn puurheid en vergeten kracht terug.
Mijn stem wacht op de zaligmakende expressie die me zo levend maakt.
Alleen ik kan mezelf gelukkig maken.





donderdag 25 november 2010

Staaldraad

Rijdend in mijn auto, -zoals je weet de personal office van de werkende vrouw, besef ik me plotseling dat ik weet hoe ik me voel. Het voor me zie zelfs. 

Ik weet nu hoe het voelt als je tegen een nervous breakdown aanzit, of, hell no way; een burn-out. Een VET taboe kan je wel zeggen. 
Het voelt alsof er een strak gespannen draad van staal in mij zit. Zo heftig strak, dat je er op kan wachten tot ie met een mega zwiep kapot knalt. 
Ik zie het voor me als ik rijd, mijn staaldraad knalt ongenadig tegen wat dan ook aan. 
Het interesseert me op dat moment even niet wat de gevolgen kunnen zijn. 
Okay, ongeluk; eruit komend met een gebroken been, why not? Gewoon 6 weken plat liggen, dat lijkt me wel wat. Dan kan ik werkelijk zichtbaar niets. 
Nu ben ik zo vreselijk debiel moe, dat ik van die gespannen veer in me niet kan slapen. 
Een comateuze slaap van 11 uur wil ik, meer niet. Die winterslaap vervalt, ik wil s 'ochtends de verliefde blik van Bo niet missen als ie slissend;' mama hi' zegt. Of de hele zachte ochtendknuffel van de meisjes als ze eigenlijk nog half slapend zijn. Die zijn helend voor je ziel.
Ik merk dat ik niet meer kan, ik moet een boek achterhalen voor mijn zoon voor zijn boek bespreking en ik weet echt de titel niet meer. For love of zoiets, weet ik veel. 
Man in boekzaak 1 weigert mee te denken, vrouw in de boekenzaak nr. 2 denkt mee en vind het; ik herken het aan het plaatje. Moet besteld worden, fuck. 
Ik rijd naar de kringloopwinkel, omdat ik vrees dat ik het boek in een tas heb gestopt, na een aanval van opruimwoede. De man kijkt me glazig aan, die weet helemaal niets en is al helemaal niet van plan om waar dan ook over mee te denken, afgezien van het feit of ie dat überhaupt wel kan. 
Als ik me wederom naar de auto sleep, zit ik op mijn tandvlees. Werkelijk woedend van onmacht door het totaal ontbrekende energielevel, zeg maar NUL, rijd ik met een meedogenloze killersblik door de stad. IK KAN NIET MEER, dit trek ik niet; kan ik alleen maar denken. Rot op allemaal. Toch moet ik mijn kop erbij houden; Bo zit zingend achterin de auto. 
Als ik tierend thuiskom, nadat ik ontdek dat de trut van de boekenwinkel mij het verkeerde telefoonnummer heeft gegeven en ik 008 what-ever heb gebeld en niet meer weet hoe die klote boekenwinkel heet. 
Noah ziet het aan en zegt; 'Mama, ze denken dat je heel agressief tegen ze bent, dan helpen ze je niet' Ik zet voor het effect nog even extra hysterie aan; we moeten er beide om lachen. 
God, op dat moment ben ik trots op mijn zoon. Hij heeft geleerd dat ik alleen mijn lading kwijt moet, het niet tegen hem gericht is en glijd niet mee in mijn emotie. Hij confronteert me rustig op mijn gedrag, dat wordt een leuke man; zeker weten. 
Als we boven zitten op No's opnieuw ingerichte grotere kamer (ik heb namelijk een mega chill stoel voor hem gescoord) zie ik opeens dat boek liggen onder een blad met schroeven. 
Sjeeeezus, wat een klote-kutdag.